Promotietrajecten

Gwenoele Trapman

It’s all about relationships, or is it something else?
Welke factoren zijn bepalend voor de ‘creative and social entrepreneur’ in de non-profit kunstensector als deze een eigen bedrijf wil starten?

Culturele instellingen moeten ondernemender en minder afhankelijk van de overheid worden, en een groter deel van hun inkomsten zelf verwerven. Deze ontwikkeling vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden van de ondernemers. Door Nederlandse en buitenlandse casus te vergelijken aan de hand van bedrijfskundige en juridisch factoren zullen de verschillen maar ook de overeenkomsten duidelijk worden en kan er een bedrijfskundig en juridisch theoretisch kader ontwikkeld worden. Dit onderzoek wil een bijdrage leveren aan een kritische analyse van actuele modellen voor ondernemerschap, en concrete instrumenten aandragen zodat instellingen en professionals in de toekomst effectievere strategische keuzes kunnen maken.

Dit onderzoek maakt deel uit van het onderzoek naar de ontwikkeling van een derde Masteropleiding aan DAS Graduate School in Creative Producing - Creative Entrepeneurship in the Arts.

De promotie vindt plaats aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculty of Economics and Business Administration. De promotor is Prof. Dr. Enno Masurel.

Marijn de Langen

Nederlandse Mime, een manier van denken

In dit promotieonderzoek staan drie uitspraken centraal met betrekking tot het vak van mimespeler, die binnen de context van de Nederlandse mime voor het eerst opduiken in de jaren zestig, en die tegelijkertijd opvallen als essentieel binnen het huidige discours over de mimespeler. De eerste uitspraak is: ‘Zero’, de tweede is: ‘het lichaam als instrument’ en de derde: ‘ruimte zichtbaar maken’. Dit proefschrift onderzoekt de historische en actuele werking van deze drie discursieve uitspraken. Aan de hand van deze uitspraken wordt de ontwikkeling van de Nederlandse mime beschreven als de ontwikkeling van een vorm van denken over, in en door de praktijk van het spelen.
Universiteit Utrecht, Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Cultuur (OGC), Media en Performance Studies  Lees meer

Jeroen Fabius

Lost for words in closely watching moving bodies
Minimal dance as exercise of perceptual learning and attunement. Choreographies of Trisha Brown and Meg Stuart as micropolitical explorations of kinesthesia.

What is the political significance of minimalist approaches in dance? This is the central question that I aim to answer. Minimalist dances work with reduced means and rather seem to avoid any possible explicit political connotation. They seem to offer the spectator no other choice than to closely observe every movement of the dancing bodies on stage. I argue that the political significance of minimalist dance lies precisely in how they make us look at moving bodies. This political significance is not a matter of what the bodies on stage represent, but how the works address the viewer and this address destabilizes conventional modes of looking at moving bodies. This has less to do with ‘what’ the bodies (re)present, and more with ‘how’ the bodies are shown to be moving.  
Universiteit van Utrecht, Promovendus Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Cultuur (OGC) Media en Performance Studies. Read more

Delen